15 Een autobiografisch sprookje

Ergens in het universum van de grote koning die alles gemaakt heeft op het planeetje fantasia genaamd. Was ooit een heel mooi koninkrijk. Het was een mooi, imposant en vruchtbaar land. Een lust voor het oog en mooi om in te wandelen en fijn om in te vertoeven.

De winters waren er koud en vaak witter dan het mooiste wit. De lentes gevuld met fris groen geboomte en met grasland die overvloedig gevuld waren. Er waren vele soorten kwetterende en fluitende vogels die scheerde langs het firmament. Tevens veel jong en tam vee op het land en allerlei andersoortig gedierte door het gewas. De zomers warm en welriekend naar vers hooi en vaak een feestend volk op de pleinen. Daarna de herfst goudgeel gekleurd samen met een overvloedige oogst. De meeste mensen daar waren er altijd vriendelijk en goed gemutst.

De vloek

Er was daar ook een jonge onderkoning en koningin met allerlei volk om hen heen. Waaronder ook tovenaars en feeën alsook vele edelen, boeren en zelfs reuzen. Er waren ook andere burgers en het nodige aan buitenlui.

Maar plots op een dag brak er paniek los in het paleis van dat land. Waar de koningin beviel van een prinsje. Dat ging niet gemakkelijk toch eenmaal geboren moest het prinsje al meteen vechten voor zijn leven. Een goede fee betwijfelde of hij de volgende dag wel zou halen en gaf hem een zegen. Wonder boven wonder overleefde het prinsje gelukkig dan ook de eerste dag.

De tweede dag echter was er een boze fee die hem ongevraagd de vloek gaf. Ze zei “hij zal slachtoffer worden maar het venijn zal zijn slachtofferrol zijn”. Het prinsje niets vermoedend, glimlachte en keek vriendelijk naar de boze fee. 

Nog jong en onbewust

Het prinsje, nu nog te jong en onbewust had de moederborst een tijdje nodig. Hij schreeuwde veel wat hem een lieve lust was om de zorg te krijgen die hij nodig had. Want praten kon hij nog niet en gebarentaal was hem eveneens nog vreemd. De onderkoning en de koningin vonden dat allemaal maar niets beide jong en onervaren. Maar er was een vriendelijke oude reus die trots op het prinsje was en zich om hem ontfermde. De eerste jaren groeide hij dan ook op in zijn huisje samen met een vriendelijke oude vrouw. 

Een ding wist hij zeker

Het prinsje moest echter verhuizen. Naar een voor hem ander paleisje in het immense koninkrijk samen met de onderkoning en koningin. Waar hij zich langzaam ontwikkelde en opgroeide. Maar hij had ook nog vele kinderlijke ideeën en fantasieën. Maar een ding wist hij zeker hij wilde weten wat goed en fout is. Dit natuurlijk was het gevolg van de oude vloek die ook andere automatisch getroffen had.

Hij had het beter niet kunnen wensen maar het was zoals gezegd werd de uiteindelijk uitwerking van dezelfde vloek. Die het prinsje had gekregen van de boze fee. Niet wetende waar het naar toe zou leiden moest hij groot worden door goed en fout te onderscheiden. In de hoop ook ooit een oude vriendelijke reus te worden. De vloek was dus dan ook zo slecht nog niet en leek noodzakelijk.

Verbannen

Maar zover is het allemaal nog niet en beginnen we bij het begin. Het begon voornamelijk allemaal op het moment dat de gehele koninklijke familie werd verbannen uit het koninkrijk. Naar een inmiddels weer ander paleisje in het immense land. Na de zoveelste misstap van de onderkoning in zijn eigen koninkrijk. Het prinsje werd dan ook in het oude paleisje geconfronteerd met een heel andere gezicht van de onderkoning. Zo werd de koningin en een prinsesje voor zijn ogen meerdere malen geslagen en zo ook hij zelf.

Het prinsje wilde dan ook al vroeg musketier worden want hij wilde dan ook voornamelijk het volk beschermen voor de boze wereld. Maar mede door toedoen van de onderkoning zelf zag hij er toch maar van af door de angst die hij als vanzelf ontwikkelde

Te diep

De onderkoning keek soms en eigenlijk vaak te diep in de beker zodat hij niet meer wist wat hij deed. Hij had dan ook een kwade dronk en dat deed hem zelf. Maar ook de koningin en het prinsje alsook het prinsesje geen goed en vele andere met hun. Het prinsje en het prinsesje werden ook gebruikt. Dit op een manier die alleen grote mensen met elkaar mogen doen. Waar ook de onderkoning onder viel.

De slachtoffertjes mochten daar dan ook niets over vertellen en natuurlijk de koning was ook bang voor de musketiers en de mogelijke cipiers. Maar ook bang natuurlijk om zijn goede naam en aanzien te verliezen. Het prinsje zou dit uiteindelijk ooit wel gaan begrijpen en ja het diende allemaal de vloek van de boze fee. Maar oké de onderkoning werd dan uiteindelijk helemaal verbannen. Terwijl het prinsje achter bleef in het immense rijk. 

Een nieuw paleisje

Het prinsje en alle andere leden van de koninklijke familie kwamen via allerlei wegen weer terecht bij de vriendelijke oude reus. Daar kreeg de koningin uiteindelijk haar eigen paleisje. Maar dat moest eerst verbouwd en gerenoveerd worden om het bewoonbaar te maken.

De koningin kreeg echter geen hulp en moest het zelf doen en dat lukte haar ook. Daarin werd ze wel flink in tegengewerkt en zwarter gemaakt dan zwart. Ook het prinsje en prinsesje hadden het moeilijk en zwaar. Ze werden vaak gepest, geslagen en geschopt. Maar hielden veel voor zichzelf. Dus ook alle geheimen en de pesterijen, immers ze waren gewaarschuwd. 

Een nieuwe metgezel

De koningin moest uiteindelijk wel een nieuw metgezel zoeken die moest zorgen voor de financiële zekerheid. En ondernam daarin dan ook de nodige stappen. Dit lukte haar dan ook en was er een nieuwe onderkoning in de dop. Die voldeed aan het ideaalbeeld van het gehele toenmalige koninklijk familie.

Maar het prinsje had daar toch wel snel moeite mee. Het prinsje werd vanaf dat moment bestempeld als de grote jonge boeman. Dit in het nieuwe koninklijke huis. Die voornamelijk werd bestierd door de koningin. De koningin werd toen een boze koningin en het prinsesje de boze heks in de ogen van de jonge boeman.

Dit was ook allemaal voorbestemd door de vloek die het prinsje kreeg van de boze fee en daar was geen houden aan. Niemand kan dan ook de vloek verbreken. Dat was iets wat uiteindelijk de jonge boeman zelf moest gaan doen. Maar goed wat in het vat zit verzuurd niet.

opeenstapeling

Toch eenvoudig was het niet voor de jonge boeman zekers niet omdat de problemen zich alsmaar aan het opstapelen waren. Er kwam dan ook alleen maar meer bij op het bord van de jong boeman en nog steeds vindt dat plaats. Maar er is licht aan het eind van de tunnel. Waarbij hij schrijft en schrijft met als doel de oplossing bewust te worden. Niet om een koning of onderkoning te worden maar wel een vriendelijke oude reus. In het immense land waarin hij nu vertoeft en later ook de gehele planeet fantasia zal betreffen.  Maar goed zover is hij nog niet maar is hij nu wel hard op weg.

Hij weet inmiddels dan ook dat het venijn hem in zijn slachtofferrol zit en hoopt dit tij dan ook te keren. Maar zou hij daar in slagen tja dat is een vraag en ook wel een diepe wens van de jonge boeman. Hij wil dan ook geen jong boeman meer zijn en ook geen grote boeman worden. Maar is dat eigenlijk ook in zijn hart en nieren geen van beide. Toch een duidelijk antwoord kan nog niet gegeven worden want hij is nog lang niet uitgeschreven. Maar hij weet ook dat het nooit af zal zijn afijn hij gaat het verhaal nu verder vervolgen. 

Tussen het gewone volk

De jonge boeman en de familie woonde nu in een veel te duur paleisje. Er waren dan ook geen dukaten, goud, zilver en edelstenen meer en zekers ook geen diamanten. Dus moesten ze werken tussen al het gewone arbeiders volk. Toch enkel en alleen om de drankbekers te vullen en dit gebeurde dan ook veelvuldig. Wat niet goed was.

De boze koningin echter verwachtte een baby maar de ooievaar kwam veel te vroeg. Dit kon ze niet aan en zei uit teleurstelling dat het aan de jonge boeman lag. Later verwachtte ze echter weer de ooievaar maar moest de baby nu zelf ophalen en ook al vroeg beschermen. Zodat de ooievaar niet de kans kreeg hem weer mee terug te nemen. Maar het was kantje boord. 

In die tijd werd de jonge boeman vaak opgesloten in de donkere en bovenste vertrekken van het paleisje. Daar speelde hij vaak met zijn vertrouwde maar toch wel plastic vriendjes. Kameraden had hij dan ook niet want die waren niet van adel. Daardoor allemaal afgekeurd door de boze koningin. Zo leerde hij dan ook niet goed om met het jonge volk om te gaan.

Niet aankunnen

Hij was gek op al het beestenboel en vaak waren die er ook wel. Maar verdwenen die ook weer snel zonder dat de jonge boeman dit wist. Zo kon hij dan ook vaak geen afscheid van ze nemen. Omdat de boze koningin zoals ze zelf zei het allemaal niet aankon.

De jong boeman moest in die tijd ook naar school maar kon niet echt goed meekomen. Zijn gedachte waren dan ook vaak bij de vriendelijke oude reus. Die leefde in het andere deel van het koninkrijk en had hij vaak last van heimwee.

Ook wilde hij eigenlijk alleen maar spelen omdat het allemaal zo moeilijk voor hem was. Uiteindelijk moest hij soms ook nog naar het land van het ongewisse. Nadat hij de boze koningin en de musketiers verteld had dat hij dingen moest doen bij de oude onderkoning die prinsjes eigenlijk niet horen te doen. De jonge boeman was dan ook wel heel verward en opstandig geworden.

Goedkoper paleisje

De jonge boeman en familie gingen weer verhuizen nu naar een ander paleisje. Waar wel genoeg dukaten voor waren om te betalen. In het begin moest hij wel veel werk verrichten om het bewoonbaar te maken. Dit had de boze koningin hem dan ook allemaal wel geleerd. In die tijd ging hij ook naar een technische school om zijn eigen dukaten later te gaan verdienen. Want als koning of onderkoning was hij niet geschikt.

Hij vond het wel moeilijk zich tussen al het gewone en jonge volk te begeven. Omdat ze niet van adel waren maar gewoon dochters en zonen van boeren en allerlei ander arbeidersvolk. 

Maar hij wilde zelf toch ook wel met bomen werken en deze in planken zagen. Om daar dan mooie meubeltjes van te maken. Maar ook voor huisjes onder het gewone volk. Tevens voor de vogeltjes die langs het firmament vlogen. Zodat de ooievaar niet voor niets hoefde te komen. Maar ook om zijn paleisje te bouwen. Dit voor zijn vriendelijke koningin waar hij van droomde.

De kerkers

Hij wilde dan ook handig worden om zodoende ook kosten te besparen maar vooral hij wilde alles zelf doen. Echter hij raakte een tijdje opnieuw verward en was heel druk en deed de verkeerde dingen. Die verkeerde dingen deed hij vaker als de jonge boeman ook uit de beker gedronken had. Dan werd hij meegenomen door de musketiers en opgesloten in de kerkers van het kasteel van de ongewisse baron. Toch ook weer snel vrijgelaten werd want hij was eigenlijk te jong voor de kerkers. Daar maakte de jonge boeman dan ook wel weer gebruik van.

Hij leerde soms wel eens een dochter uit het gewone volk beter kennen. Maar ze waren echter niet van adel daardoor ook afgekeurd door de boze koningin en dit deed hem pijn. Maar kon dit alleen maar over zich heen laten komen uit angst. Dit pikte die dochters dan ook niet en verlieten hem vaak tot groot verdriet  van de jonge boeman zelf. 

Na de opleiding werd hij een heuse timmerman en moest hij werken dit omdat de boze koningin daarin grote druk uitoefende. Terwijl de jonge boeman juist wilde leren om zelf huizen te bouwen. Dit ook op papier eerst wilde uittekenen en dus eigenlijk architect wilde worden. De boze koningin was het daar niet mee eens want ze had dukaten nodig voor de beker die ze veelvuldig gebruikte. Ze hield dan ook erg van de beker en niet zozeer van de familie dat maakte de jonge boeman ook wel woest. Maar in plaats van te praten gebruikt hij dan ook maar zelf veelvuldig de beker want de angst was te groot. En ging dan ook veelal vernielen en vechten met het gewone volk en de musketiers. 

Verplicht

De boeman echter wilde weloverwogen de garde van de werkelijke koning in en solliciteerde maar moest dit afbreken. Later moest hij toch verplicht de koninklijke garde in. De grote vriendelijke reus was toen erg trots op de jonge boeman maar dat was hij altijd al op hem. Het was en bleef zijn prinsje en oordeelde hij niet.

De prins ook wel de jonge boeman was dan ook veel bij de oude vriendelijke reus te vinden. Het was dan ook zijn enige veilige haven. Ook de oude vriendelijk vrouw die bij de vriendelijke oude reus hoorde was trots op het prinsje. Hij was altijd welkom en in de moeilijke jaren heeft hij dan ook veel bij hen gelogeerd. De oude vriendelijke reus was wel bezorgd maar liet dat niet merken. Wel wandelde hij veel met zijn jonge prins door het imposante rijk en langs de vele pittoreske boerderijen.

De technische garde

De jonge boeman ging de technische garde van de koning in maar kreeg daarvoor eerst een basisopleiding. De jonge boeman leerde te doden en te vechten maar ook beschermen en de speciale techniek die daarbij allemaal voor nodig was.

Noodbruggen moest hij leren bouwen en dit dan zo snel mogelijk. Maar ook moest hij leren gevaarlijk kruidstof  aan te brengen met de bedoeling te vernielen. Maar ook met gevaarlijk kruidstof om te leren gaan. Daarnaast mijnenvelden leren aanbrengen en opruimen en dat kilometers lang. Kortom van alles en nog wat om een grote vijand af te schrikken en in tijden van spanning hun opmars zo goed mogelijk te vertragen. Zodat andere vreemde maar bevriende koninkrijken de kans kregen de boel te versterken en dan de tegenaanval in te zetten.

De jonge boeman moest toen ook aan zijn conditie werken met behulp van intensieve sport en vele marsen. Dit gebeurde allemaal in een bevriend koninkrijk aangrenzend aan die van zijn eigen vertrouwde koninkrijk.

De vriendelijke reus

Echter de oude vriendelijke reus redde het niet meer en gaf de geest in die tijd en dat deed pijn. Het prinsje pakte echter snel de boel weer op zoals de oude vriendelijke reus dat zou willen. Toch de jonge boeman ging dieper en dieper in de beker kijken waarmee hij ook opgegroeid was. En dronk zich daardoor dan ook vaak laveloos. De garde officieren vroegen hem ook naar het waarom. Maar hij hield zijn mond daarover.

Na veel schade en schande zwaaide hij uiteindelijk echter af. Met en ja je leest het goed een tevredenheidsbetuiging. Ook echter gekscherend met een ontevredenheidsbetuiging dit mede door de drankbeker waar hij graag gebruik van maakte. De oude vriendelijke reus zou daar niet trots op zijn geweest. Maar zou ook niet oordelen immers de vloek van de boze fee speelde de jonge boeman dan ook flink parten. Dit wetende zou de oude vriendelijke reus veel kunnen vergeven. 

De arbeid

De jonge boeman ging nadat hij afgezwaaid was terug de arbeid in. Maar de edele graaf wilde daar niets van weten. Toch dankzij de wetten en regels van het koninkrijk. Mocht de boeman terugkomen en gaan werken tussen allemaal planken en balken. Maar maanden later kon de edele heer hem toch wegsturen. Gelukkig kreeg de boeman ook weer snel ander werk en dat deed hij dan ook graag. Hij werkte hard voor zijn dukaten om de eigen bekers te vullen en te nuttigen met alle gevolgen van dien.

De jonge boeman werd echter erg ziek waardoor de jonge boeman een hele tijd niet kon werken. Maar de jonge boeman ging in die tijd ook met de gehele familie verhuizen. Naar een geheel ander deel van het koninkrijk en daar ging het goed mis. Eerst kwam er een groot feest. Toen hij trouwde met zijn koningin waar hij van droomde maar niet lief voor was mede door de drankbeker. Samen bestelde ze ook nog de ooievaar en hoopte op een baby en dat duurde en duurde maar.

Goed of kwaadschiks

In de tijd dat ze ongeduldig wachtte deed de jonge boeman iets vreselijks. In het deel van koninkrijk waar hij vertoefde en werd daaruit verbannen. Dit terwijl hij dat deel van het koninkrijk zo lief had. Maar had het dan ook goed verpest. Hij mocht vrijwillig vertrekken. Maar als het niet goedschiks ging gebeurde het wel kwaadschiks en had hij dus geen keus. Hij had dan ook de grote koning verzocht die alles gemaakt had. Maar wist hij eigenlijk ook niet echt van zijn bestaan af. Dit alles paste dan ook wel bij de vloek die uitgesproken was door de boze fee op zijn tweede geboorte dag.

Eigen prinsesje

Afijn noodgedwongen moest hij dan elders onderdak gaan zoeken samen met zijn toch wel geliefde en jonge koningin. Dat was een moeilijke onderneming en ging het niet zonder slag of stoot. Ook leek hij ook nog steeds niet in staat de beker te laten staan. Uiteindelijk kregen ze wel een eigen huisje maar een paleisje was het niet. Maar dat wilde ze er dan zelf wel weer van maken. Er was inmiddels ook een prinsesje afgeleverd door de ooievaar maar moesten zij haar wel elders ophalen.

Toch het huwelijk strandde uiteindelijk het hield dan ook geen stand. Dit door de gifbeker die de jonge boeman gebruikte mede door de vloek. Eenmaal zag hij dan nog wel zijn prinsesje. Maar daarna nooit meer. Het ging niet goed met de jonge boeman en zocht hij hulp in het land van ongewisse. Dat gepaard ging met een enorme veldslag met zijn geest. Hij zou daarin vooral afhankelijk zijn van zijn eigen wilskracht en doorzettingsvermogen. Om te kunnen helen en de vriendelijke oude reus te worden die hij ook graag wilde zijn.

Enorm probleem

In het land van het ongewisse vertelde de tovenaars en al het werkvolk die erbij hoorde. Dat de jonge boeman een enorm probleem had met zijn geest en ook op psycho-biologisch gebied. De jonge boeman zou last hebben van wanen en ook van ernstige schuldgevoelens en van de drankbeker die hij niet los kon laten. De jonge boeman praatte ook op een extreme en bizarre manier met zichzelf waarbij hij voorstellingen zag en hoorde. Die er eigenlijk niet waren en bestonden. Hij was ook nog agressief en had gedragsproblematiek. Maar hij had vooral last van zijn slachtofferrol die hem eigenlijk niet paste. Hij moest zijn lot maar accepteren want genezing was er niet. Toch ze zeiden niet dat hij kon leren leven met het grote probleem en daar vooral zelf belangrijke stappen in moest nemen. 

Het ongewisse verzoeken

De jonge boeman ging toen het land van het ongewisse verzoeken. En dat werd hem niet in dank afgenomen. De jonge boeman kreeg ook allerlei vreemde kruiden toegediend en ook vaak onder dwang die hem wellicht verder zouden kunnen helpen. Om in ieder geval de heftige emoties en gevoelens te onderdrukken. Waaronder zijn woede.

Hij kon dan ook zeer ongeremd zijn. Gelukkig werd zijn land van ongewisse wel wat gewisser en inzichtelijker en wat eerst niet kon en nu wel. Zijn ze samen dus het het gehele land van ongewisse en ook de boeman in staat daadwerkelijk iets te kunnen doen. Toch dat ging niet zomaar en heeft de jonge boeman vele jaren in het land van het ongewisse geleefd. Samen met allemaal andere boemannen en vrouwen die er ook erg aan aan toe waren. Maar hij had zich voorgenomen aspirant leerling te worden van de grote tovenaar in het land van ongewisse.

Globaal

Dit mensen is globaal het verhaal van de eerste 21 levensjaren  van de jonge boeman voorheen een prinsje. Het vormde de basis ook wel het kompas van zijn verdere levensreis. Het verhaal gaat dan ook verder. Verder in het land van het ongewisse en de opleiding die hij volgde samen met vele anderen en hij graag geduldig op papier kwijt wil. Maar aan geduld kan het hem in zijn gretigheid nog wel ontbreken. Maar goed de jonge boeman wordt nu eerst aspirant leerling in het land van ongewisse en is geen jonge boeman meer.