27 Mijn gedachten

Ik heb altijd gedacht dat de ander mij kwaad maakte of bijvoorbeeld verdrietig en zelfs angstig. Maar dat klopt niet want het zijn mijn eigen gedachte die dat doen. Dus niet de ander maar mijn eigen gedachten maken gevoelens en emoties los maar ook bij de ander. Maar niet alleen dat misschien ook wel ziekte en dood. En al het andere verderf.

Ik zag mezelf dan ook als een soort moordenaar. Want het zijn mijn gedachte die dood en verderf zaaien niet die van de ander. Een of ander staat of valt dan ook met mijn gedachte.

Een ander is deelgenoot van mijn brein. Net zoals wetenschap een verlengstuk is van het geloof. Is de ander een verlengstuk van mijn brein. We zijn dan ook alle een en verbonden.

Ik pleeg echter niet zozeer moord maar wel meer zelfmoord. Elk ander ben ik in wezen dan ook zelf. Dit is wat in feite speelt. En ik wil niet dood. Als ik dan ook een ander red dan red ik in principe mezelf. Dat is de strekking van mijn verhaal tevens een diep en verborgen geheim.

Nu wat anders als de ander een verlengstuk is van mijn brein. Dan komt ook de muziek indirect van mezelf. Dus niet van de ander. Al lijkt het dan schijnbaar niet zo. Maar zo ook elk boek in principe. Het komt dan ook indirect uit mijn eigen hand. Mijn psychoses waren dus niet zozeer wereldvreemd en ver van de werkelijkheid vandaan. Waarin ik alles ervaarde als vanuit mijn eigen hand.

Zoektocht

Als ik mezelf zoek dan moet ik het niet zozeer zoeken in de fysieke ander. Dus niet zozeer spiegelen in de spiegelkast ofwel samenleving. Maar mezelf ook ontdekken in al dat wat uit eigen hand lijkt te komen. Maar vaak indirect via de ander.

Elke man ben ik in principe zelf. En kun je alle mannen samen reduceren tot een enkele man. Zo ook kun je elke vrouw reduceren in een enkele vrouw. Met andere woorden er is maar een man en een vrouw maar beide zijn divers van aard.

Kom ik nu uit bij de slotsom. Het zijn mijn eigen gedachten die emoties en gevoelens los maken. Maar niet alleen bij mij ook bij de ander.

Schreef ik dat het leek in de psychose alsof alles uit mijn hand kwam. Kan ik nu schrijven dat juist ik degene ben die de aansluiting gevonden heb bij vele anderen. Dat kon een gevoel opleveren alsof alles uit mijn hand kwam. Maar gaf me ook ongewenst een grootheidswaan. Dit nu kan ik bij deze ontkrachten. En zeggen ik ben degene die zich aan kan sluiten in het gedachtegoed van de ander. En niet meer lijkt alsof alles vanuit mijn hand komt.